Innovatie en vindingrijkheid worden gestimuleerd door moeilijkheden. In de ‘Republica’ vertelt Plato hoe een, door nood gedreven, basismaatschappij kan ontwikkelen, hetgeen leidt tot het concept dat de nood zelf de primaire drijfveer is van creatie en innovatie. Hoewel Plato de fundering neergelegd heeft, is de uitspraak over tijd wel geëvolueerd via het Latijn, het Frans en de Engelse geschriften, wat nu uitgedrukt kan worden als: nood maakt vindingrijk.
Menselijke noodzakelijkheden gaan eigenlijk over fundamentele overlevingsnoden zoals voedsel, water, onderdak, en kleren, maar daarnaast zijn er ook nog cruciale psychologische en sociale noden voor het welzijn, zoals veiligheid, geborgenheid (liefde/verbinding), achting (erkenning), vrijheid en zelfverwezenlijking (doel/groei). Deze noden zelf invullen is de drijfkracht van creativiteit, van de zoektocht naar manieren om dit te verwezenlijken. Zonder de invulling van deze noden is het leven onhoudbaar. De moderne maatschappij, die beschaving genoemd wordt, is een vergevorderde vorm van menselijk samenleven, waar de mens leeft met een redelijke graad van organisatie en comfort, en waar men zich kan bezighouden met dingen zoals kunst en opvoeding. In zo’n maatschappij streven we naar comfort. Het wordt een doel op zich. Comfort betekent dat het leven er gemakkelijker op geworden is en aangenamer, een situatie waarin men meer ontspannen is en geen onbehaaglijke fysieke gevoelens van pijn, hitte, bevriezing, en zo meer kent. Dit steunt op de wetenschap en het gevoel dat jouw essentiële noden met zekerheid zijn ingevuld. Praktisch betekent dit dat jij je niet langer zorgen moet maken over waar je water vandaan komt, je voedsel, je onderdak, je kleding en dat jij je veilig voelt en ergens thuishoort.
De moderne maatschappij, onze beschaving, staat erop om deze noodzakelijkheden aan de mensen aan te bieden. Water komt uit de kraan. Voedsel verschijnt zomaar in de supermarkten. Onderdak wordt voorzien in de vorm van huizen en appartementen. Kleding is in overvloed aanwezig in de winkels. Er is een politiemacht en een leger om ons een gevoel van veiligheid te bezorgen. Er bestaan regels om alles netjes te laten verlopen, om het menselijke gedrag en de sociale contacten te stroomlijnen. Oppervlakkig gezien lijkt het een ideale manier van leven. Geen stress meer rond het leven zelf en hoe het in stand te houden. Men verwijst naar het feit dat mensen, gelukkig maar, niet langer in de Middeleeuwen leven. En toch blijft onze maatschappij vol zitten met ongerustheid, onzekerheden, angsten. We maken ons erg veel zorgen over de toekomst en hoe we kunnen overleven. Al de noodzakelijke overlevingselementen worden voorzien, worden aan onze voeten gelegd, en toch voelen we ons niet ontspannen of vrij van onaangename gevoelens. Wat kan het probleem dan zijn?
Het wordt gezegd dat met comfort ook een gemakkelijker en aangenamer leven jou te beurt valt. Als we dan echt geen gemakkelijker en meer comfortabel leven hebben dan betekent dit dat we ons niet op ons gemak voelen. Maar waarom niet, wanneer toch alle noodzakelijkheden voorzien worden? Hebben we een gemakkelijke en betrouwbare toegang tot deze noodzakelijkheden? Wel, niet echt. Er is inderdaad water, voedsel, onderdak, kleding, en zo meer maar al deze zijn enkel beschikbaar wanneer we in staat zijn om ze te kopen. We hebben geld nodig. Geld is de sleutel die voor ons de deur opent, waar achter al deze noodzakelijkheden opgeborgen liggen. Ze worden van ons weg gehouden, tenzij we over de middelen beschikken om er aan te geraken. En de middelen zijn financiën. Hoe geraken we aan geld dat nodig is om aan onze levensnoodzakelijkheden te geraken? We moeten werken om aan geld te geraken. Onze maatschappij dwingt ons om ons te engageren in activiteiten die zij ons voorschotelen en waarvoor zij ons belonen met geld. Dus, tenzij wij in de mogelijkheid zijn en bereid zijn om ons op deze manier aan de maatschappij te geven, te verkopen, zullen we geen toegang hebben tot de noodzakelijkheden van het leven omdat we geen geld hebben. Daarenboven wordt de hoeveelheid geld dat hiervoor nodig is bepaalt door de ‘eigenaar’ van de noodzakelijkheden. Vandaar dat de reden waarom onze moderne maatschappij ons geen gemakkelijk en comfortabel gevoel geeft het feit is dat alle levensnoodzakelijkheden de eigendom zijn van iemand, van individuen en organisaties, die de controle hebben over wie toegang krijgt en wie niet. Deze ‘iemanden’ hebben controle over wat zij als vergoeding wensen om de levensnoodzakelijkheden aan de mensen open te stellen via geld dat zij de mensen geven voor hun arbeid, geld dat de mensen dan inruilen voor essentiële goederen.
Om het samen te vatten kunnen we stellen dat in onze moderne maatschappij, in onze beschaafde wereld, de mens geen directe toegang meer heeft tot de levensnoodzakelijkheden om te overleven, ook al zijn ze veelvuldig aanwezig. Deze situatie is nieuw voor de mens. Er moet een aanpassing komen van het menselijke systeem, uitgelokt door de veranderende omstandigheden.
Charles Darwin verklaarde dat organismen die zich niet konden aanpassen aan de eisen van de omgeving niet langer in staat zijn om hun genen door te geven en dat op die manier de soort slachtoffer wordt van de ‘natuuroorlog’. Dit betekent dat een gevoel van niet in staat te zijn om zulke aanpassing uit te voeren resulteert in fertiliteitsproblemen en de aantallen van zo’n specifieke soort zullen beginnen dalen. Dit is zeker wel iets dat we in onze moderne maatschappij beginnen tegen te komen.
Maar dit is meteen ook de situatie waarin innovatie en creativiteit gestimuleerd wordt. Met de rug tegen de muur worden we vindingrijk, creatief en vinden we manieren om te overleven. Eén van de meest alomtegenwoordige ecologische eisen is het vermijden van roofdieren. In dit geval is het roofdier de eigenaar van de deur die ons scheidt van de noodzakelijkheden van het leven. De aanhoudende druk om voortdurend de roofdieren te slim af te zijn terwijl we tegelijkertijd het evenwicht tussen homeostatische bedreigingen, zoals het opdrogen van levensbronnen, proberen te bewaren, heeft een zenuwstelsel ontwikkelt dat geoptimaliseerd is in overleving. Dit rust het organisme uit met een overlevingsintelligentie die het toelaat om de juiste antwoorden te vinden op een wijd spectrum aan omstandigheden, die reiken van niet bedreigend tot levensbedreigend. Bij de mens is dit gedragsrepertoire nog ondersteund door een neurobiologisch systeem dat ons voorziet van een krachtig geheel aan intelligente overlevingstechnieken, waarbij aanpassing aan veranderende ecologische omstandigheden en efficiënte navigatie van de natuurlijke gevaren op de voorgrond treden. En deze intelligentie om te overleven uit zich dan zowel tegenover andere mensen als tegenover de systemen die mensen gebruiken om ons te slim af te zijn.
Gonzales, die boeken geschreven heeft over overleven tegen alle verwachtingen in, vermeldt dat “Na meer dan drie decennia van analyseren wie leeft, wie sterft, en waarom, heb ik mij gerealiseerd dat karakter, emotie, persoonlijkheid, denkstijl, en manieren om de wereld te bekijken meer te maken hebben met hoe goed mensen omgaan met tegenslagen dan gelijk welk type van hulpmiddelen of training.” Mensen die geloven dat hun lot door een buitenkracht bepaald wordt hebben de neiging om overlevingssituaties niet zo goed door te geraken dan diegenen die meer vertrouwen hebben in hun eigen kunnen en zelf actie ondernemen. Diegenen die zichzelf zien als over controle beschikken over de goede en minder goede dingen die ze ervaren zijn meer geneigd om zelfs zaken zoals natuurlijke rampen te overleven dan zij die geloven dat dingen hen aangedaan worden of het gevolg zijn van geluk en pech.
Een bewustzijn van en een geloof in eigen kunnen activeert en mobiliseert de kracht om te doen wat moet. Wanneer de situatie uitzichtloos geworden is dan wordt er een weg vooruit gevonden, maar enkel wanneer we ervan overtuigd zijn dat we het kunnen. De zaken moeten zo slecht worden dat we met onze normale reacties in dit leven niet meer verder geraken. Aanhoudende angst brengt ons tot op dat punt.
Onder constante dreiging leven heeft serieuze gevolgen voor de gezondheid.
- Fysieke gezondheid – Angst verzwakt ons immuunsysteem en kan hart- en bloedvaten schade opleveren, gastro-intestinale problemen zoals zweren en prikkelbaar darmsyndroom, alsook verminderde fertiliteit. Het kan leiden tot voortijdige veroudering en zelfs voortijdig overlijden.
- Geheugen – Angst kan de vorming van het lange termijn geheugen beschadigen en schade toebrengen aan bepaalde hersenstructuren. Dit kan het hanteren van de angst zelf bemoeilijken waardoor de persoon voortdurend angstig blijft. Voor iemand in chronische angst ziet de wereld er altijd angstaanjagend uit en hun herinneringen bevestigen dat.
- Hersenprocessen en reactiviteit – Angst kan de hersenprocessen onderbreken waarbij we emoties reguleren, non-verbale signalen analyseren en bijkomende informatie vergaren alvorens we beslissen om in actie te treden. Dit beïnvloedt ons denken en besluitvorming op een negatieve manier, waardoor we blootgesteld worden aan intense emoties en impulsieve reacties. Dit kan het onmogelijk maken om op gepaste wijze te handelen.
- Mentale gezondheid – Andere gevolgen van langdurige angst omvatten vermoeidheid, klinische depressie, en posttraumatisch stress syndroom.
Al deze effecten kunnen heden ten dage eenvoudig waargenomen worden binnen onze moderne maatschappij. Een aanduiding dat we onder constante dreiging leven, in permanente angst, en het is juist deze onophoudelijkheid die ‘de vindingrijkheid’ gaat doen ontwaken. Het is noodzakelijk dat wij een aanpassing doorvoeren.
Aanpassen is het biologische mechanisme waardoor een organisme zichzelf verandert in een nieuwe omgeving of veranderingen doorvoert in de huidige omgeving. Organismen zijn in staat om op verschillende manieren zich aan te passen. Zij kunnen zich biologisch aanpassen, hetgeen betekent dat de lichaamsfuncties wat veranderen. Een voorbeeld hiervan zien we in de lichamen van menen die op zeer grote hoogte leven, zoals in Tibet. Organismen kunnen ook een gedragsaanpassing voltrekken. Een voorbeeld hiervan is hoe de keizerpinguïns in Antarctica zich dicht bijeen scharen om hun lichaamswarmte te delen in het putje van de winter. Het leven manifesteert zich als resultaat van een consistente omgeving, waar de structuur van het organisme en hoe het functioneer volledig aangepast is aan, in evenwicht is met, de omgeving. Wanneer die omgeving verandert en de veranderingen bestendigen zich over een langere periode dan zal het organisme zich moeten ‘aanpassen’. Dus is de enige reden waarom een organisme ingrijpende veranderingen in structuur en functie zal doorvoeren een direct gevolg van een constante stimulus vanuit de omgeving.
Wanneer de menselijke maatschappij verandert van een agrarisch naar een industrieel concept, dan moeten de mensen zich hieraan aanpassen. Dit kan men bijvoorbeeld zien in een daling van de landelijke bevolking en een toenemende verstedelijking. Wanneer de maatschappij verandert van een openbaar toegankelijk platteland naar persoonlijk bezit van bossen en heide, van natuurlijk voedsel naar artificieel gestimuleerde voedselproductie, van een locale economie naar een nationale, uitbreidend naar een globale, economie, van persoonlijke overleving als hoogste prioriteit naar het gemeenschappelijke goed dat primeert, van persoonlijk menselijk contact naar virtuele relaties, van handenarbeid naar robotten, van individueel denken naar artificiële intelligentie, van wetshandhavingsinstanties voor de bescherming van het grondgebied en de inwoners naar deze instanties gebruiken om de eigen bevolking onder toezicht en controle te houden, dan kunnen we rustig stellen dat de menselijke maatschappij dramatisch veranderd is over een relatief korte periode. En die verandering is constant. Het heeft zich duidelijk afgetekend over een aantal decennia maar het manifesteert zich meer en meer volgens het basisconcept dat mensen enkel een natuurlijke bron zijn, een modaliteit zoals de bomen, de planten, dieren, grond en rotsen, en dat ieder individu zal moeten werken voor het grotere goed van de soort en de planeet. Deze concepten komen niet voort uit de menselijke ervaring van elk individu maar zijn ontsproten uit de geest van enkele mensen, die in staat waren om levensomstandigheden van grote groepen van mensen naar hun hand te zetten. Het zijn deze mensen die de huidige ‘nieuwe’ maatschappij gevormd hebben.
Voor een organisme is het noodzakelijk om zich bewust te worden van de veranderde omgeving alvorens een aanpassing zich kan voltrekken. Deze bewustwording gebeurt in de onbewuste geest, waardoor alle organismen met de rest van de natuur verbonden zijn. Vandaar dat de aanpassing volstrekt spontaan en natuurlijk zal plaatsvinden. Wanneer mensen de menselijke levensomstandigheden veranderen dan zal ons natuurlijk systeem, onze onbewuste verbinding met de natuur en het natuurlijke leven, deze boodschap niet altijd klaar en duidelijk ontvangen. De invloed van onze bewuste geest in dit proces mag men niet onderschatten. Het feit dat men ons voortdurend vertelt dat we het nog nooit zo goed gehad hebben, overschaduwt de boodschap die we in ons opnemen. De meeste mensen zijn zich niet eens bewust dat de veranderingen in onze maatschappij, die ons zogezegd comfort en gemak bezorgd hebben, niet overeenstemmen met het natuurlijke comfort van ons menselijk zijn. Het heeft er de schijn van maar in werkelijkheid bieden ze ons voedsel voor reële bezorgdheid aan.
Het bewustzijn dat me zal toelaten om te veranderen is de realisatie dat geen van de eigenschappen van onze maatschappij waarvan men beweert dat ze mij comfort zullen brengen, me veilig zullen laten voelen, mijn angsten zullen wegnemen, echt zijn. Geen enkele, en dat betekent op zich dat er niets is dat deze samenleving in mekaar gestoken heeft waar ik kan op bouwen om mijn overleving te garanderen. Ik moet veranderen. Deze keer gaat het niet over me aan te passen aan de menselijke samenleving, aangezien we dat met z’n allen al geprobeerd hebben over de afgelopen acht decennia. Neen, in plaats daarvan moeten we de weg terugvinden naar ons natuurlijk pad, waar onze instincten en natuurlijke reactiepatronen betekenis hebben en nuttig zijn. Dit soort veranderingen zullen enkel voltrokken worden door mensen die voelen dat ze met de rug tegen de muur staan. Enkel wanneer het voor dat individu duidelijk is dat er echt geen andere mogelijkheid meer bestaat dan de hele maatschappij de rug toe te keren, dan pas zullen zij in staat zijn om de effectieve veranderingen te volbrengen. Het is uit noodzaak dat deze ingrijpende adaptaties met succes worden uitgevoerd.
Alle levenslessen worden geleerd uit noodzaak. Wanneer er geen andere manier meer overblijft om naar je eigen situatie te kijken, wanneer je geconfronteerd wordt met de werkelijkheid van je situatie en je alle mogelijke middelen hebt aangewend om de situatie recht te trekken, het is op dat punt dat je de richting en de kracht zal vinden om te veranderen. Het is dan dat je pas echt de vitale levenslessen zult leren. Als de nood het hoogst is, is de redding nabij, wordt de weg vooruit duidelijk. Uit noodzaak worden we inventief, creatief en wijs. Het systeem moet onder constante druk komen te staan, in een welbepaald aspect, alvorens we ontwaken uit de droomstaat van waaruit we handelden, alvorens we ons bewust worden van de impact van ons gedrag, van onze gedachten, van onze gevoelens. Het is dit bewustzijn dat de deur opent om aangepaste veranderingen te ontdekken.
Een crisis in het leven laat ons toe om meer gefocust te kijken naar die specifieke aspecten die de crisis veroorzaakt hebben. Het is deze focus die aan de basis ligt van het hele leerproces. In de eerste plaats zullen we ons toeleggen op het modificeren en het specificeren van wat we aan het doen zijn in een poging om het ‘beter’ te doen, meer nadrukkelijk, maar eens we onze opties hebben opgebruikt en we zijn er niet in geslaagd om verwachtingen te laten overeenstemmen met de realiteit, dan nodigt ons dat uit om buiten het gangbare te denken. We moeten een ander soort oplossing vinden. Enkel wanneer we gedwongen worden om naar een andere manier te zoeken om de vastgelopen situatie alsnog in beweging te brengen, enkel de noodzaak om het leven op een meer fundamentele manier te veranderen, kan ervoor zorgen dat we ons basispatroon in ’t leven kunnen aanpassen. Een andere manier van denken, een andere manier om met onze gevoelens om te gaan, zal voor andere opties zorgen die voordien niet in ons gezichtsveld aanwezig waren. Opties die we niet in overweging kunnen nemen tenzij we in een existentiële crisis terecht zijn gekomen. In zo’n situatie ‘vinden we nieuwe mogelijkheden’. De fasen van ons leven, wanneer het allemaal in een knoop verstrengeld raakt, zijn juist de tijden gevuld met mogelijkheden om oude patronen van gedrag, van denken, van emoties, achter ons te laten. We moeten onze overtuigingen los laten, onze gewoonten, hoe we met onze gevoelens omgaan. We moeten een nieuwe manier van leven voor onszelf uitvinden.
Na de initiële ontsteltenis van bet besef dat het leven in een doodlopend steegje is terechtgekomen, moeten we de mogelijkheden die dit ons biedt met beide handen grijpen. De natuur, het leven zelf, nodigt ons uit om nieuwe paden te bewandelen, nieuwe horizonten op te zoeken. Dit zouden we niet doen was het niet omwille van de totale vernieling waar we ons in bevinden op dat ogenblik.
Noodzaak dwingt ons om manieren van leven in overweging te nemen die we anders nooit als mogelijkheden zouden aanvaarden
Noodzaak staat aan de wieg van een nieuw leven.
