Maar dat is natuurlijk een utopie! Geld heeft altijd bestaan of tenminste iets om mee te kunnen ruilen. We kunnen ons geen wereld voorstellen waar er geen ruilhandel – waarde voor waarde – plaatsvindt en de reden hiervoor is eenvoudig. We kunnen ons geen wereld voorstellen die op een geheel andere manier zou functioneren, een wereld waarin het leven op een compleet andere wijze geëvalueerd zou worden. Maar het is niet omdat we ons iets niet kunnen inbeelden dat het ook onmogelijk is.
Iemand aan wie krediet verleend wordt heeft een schuld. Zelfs een simpel briefje met “Ik ben verschuldigd …” betekent dat ik jou nog steeds die zes eieren moet bezorgen die ik beloofd heb ter compensatie voor de tomaten die ik eerder heb meegenomen. Als, door een of ander ongelukkig toeval, mijn kippen niet langer leggen dan ben ik niet in staat om ‘te betalen’ voor die tomaten. Een persoon met een schuld is een speelbal voor de schuldeiser. Altijd. Is de schuldeiser begripvol? Staat hij erop dat er onmiddellijk moet betaald worden, ook al neemt dan de betaling een andere vorm aan? Misschien gaat hij mijn kruiwagen aannemen in ruil voor het verscheuren van het ‘verschuldigd’ briefje? Is hij bereid om mij toch nog te voorzien van de tomaten die ik nodig heb en aanvaardt hij mijn intentie om hem met meer eieren terug te betalen, eens mijn kippen weer aan het leggen zijn? Is hij bereid om mij een dozijn eieren te lenen zodat ik hem zes eieren kan terugbetalen, en dan bereiken we een akkoord over de terugbetaling van de eieren? Misschien kan ik dan één dag in de week gedurende vier weken voor hem gaan werken?
Schulden, gelijk welke soort schulden, is het begin van slavernij. Elke handelsovereenkomst die gebaseerd is op de waarde van de uitgewisselde goederen steunt op het idee dat iets aan een ander geven ook iets moet opbrengen, een meerwaarde moet hebben. Het is de fundering van een kapitalistische maatschappij en iedereen zonder kapitaal kan en zal gebruikt worden om een goede opbrengst voor het kapitaal te verzekeren. Het geven met de bedoeling zichzelf te verrijken herdefinieert ‘geven’, toch?
Goede intenties bereiken veel maar het trekt ons niet uit het moeras waarop onze maatschappij is gestructureerd. We mogen dan beslissen om vriendelijk te zijn tegenover onze medemensen, maar wanneer ons eigen leven onder druk komt te staan – misschien werden we zelf bedrogen of hebben we veel tegenslagen gekend – dan is het eenvoudige antwoord om ‘rechtvaardigheid’ te eisen van diezelfde medemensen. Als dan nu iemand die wij geholpen hebben zo vriendelijk zou willen zijn om ons met ons probleem te helpen dan zijn we weer vrienden. Dat is toch maar juist zo, niet? Het is niet moeilijk om wat wijzelf als rechtvaardig bestempelen naar onszelf toe te verantwoorden. Het is veel moeilijker om anderen toe te laten daar een eigen mening over te hebben.
En dat is nu juist het punt waar de omschakeling moet gebeuren. Om een maatschappij te creëren zonder ook maar enige vorm van slavernij moeten we onze overtuiging aangaande wat het menselijke leven echt inhoudt durven herzien. Wij moeten in staat zijn om het basisconcept van onze maatschappij om te gooien van competitief naar coöperatief als de manier waarop individuen, alsook de mensheid, kan overleven. En de mensheid, vanuit het standpunt van een individu, is maar een hele kleine groep mensen waar hij of zij ook daadwerkelijk mee samenleeft.
Om een gemeenschap te vormen en te laten functioneren is het noodzakelijk dat de verschillende aspecten van het leven vertegenwoordigd zijn binnen de gemeenschap zodat de gemeenschap zelf deze in het oog kan houden en controle heeft over elk aspect van het leven. Dit is een absolute voorwaarde voor onafhankelijkheid, hetgeen het tegenovergestelde is van slavernij. Essentiële voorzieningen zoals huisvesting, water, voedsel, warmte, opvoeding van de kinderen, zorg voor de ouderen, worden allemaal verzorgd binnen de groep. Sommige taken, waar de groep mee gediend is, worden voornamelijk gedragen door de verschillende gezinnen en families, sommige door specifiek gevormde groepen met bepaalde vaardigheden en kennis, en sommige taken zijn de verantwoordelijkheid van de gehele gemeenschap. Maar alle taken worden geëvalueerd door de hele groep en wanneer blijkt dat bepaalde dingen niet langer goed functioneren dan zoekt de gemeenschap naar een oplossing. Dan gaat men gezamenlijk werken om de functie te verbeteren. Aangezien al de taken de verantwoordelijkheid zijn van de gemeenschap, van individuen binnen die gemeenschap, is er nooit nood aan een overheid van buiten de gemeenschap om een bepaalde taak over te nemen. Men kan ervoor kiezen om eens te kijken hoe andere gemeenschappen zo’n probleem hebben aangepakt maar de beslissing om al dan niet hetzelfde te gaan doen is er een die de gemeenschap als geheel zal maken. Ze blijven ten alle tijden volledig baas over hun eigen leven.
En hoe overleven zij dan? Door samen te werken. In de eerste plaats is er een erkenning dat ieder individu een goed leven kan hebben wanneer het leven binnen de gemeenschap goed is. Interne, persoonlijke, conflicten moeten al snel worden opgelost omdat, op lange termijn, het anders de gemeenschap in twee zal splijten, waardoor overleven voor iedereen binnen de gemeenschap veel moeilijker wordt. Erkennen dat ieder individu iets bijdraagt tot de overleving van de gemeenschap betekent dat mensen naar elkaar luisteren, ook al mag men geloven dat een specifiek iemand voor 90% van de tijd onzin uitkraamt. Luisteren gaat je geen schade berokkenen, maar je kan er misschien nog wel iets aan hebben ook. Wanneer het voor een gemeenschap duidelijk wordt dat een individu niet of nauwelijks iets bijdraagt en enkel op voordeel uit is dan kan de gemeenschap zichzelf de vraag stellen of ze dit individu nog langer willen blijven steunen. En het antwoord op die vraag kan tot een totaal andere conclusie leiden wanneer het gaat over een wat ouder persoon die niet langer in staat is om bij te dragen (fysisch en/of mentaal) of het over een gezond jong persoon gaat die telkens weer ‘redenen’ vindt waarom het net niet uitkomt of niet geschikt is.
Dus dat is het concept: respect voor elkeen en de aanvaarding van andermans evaluatie van het leven. Elk individu heeft zijn/haar eigen waarheid en mag daar naar leven. Wanneer dat niet overeenstemt met hoe deze gemeenschap wil leven dan is het best wanneer dit individu uitkijkt naar een ander soort gemeenschap waar de levensvisie en levensgewoonten meer overeenkomen met zijn/haar eigen overtuiging. Hoe werkt dat dan binnen zo een gemeenschap?
Niet iedereen is zo vaardig en kundig om in zijn eigen voedsel te voorzien. Niet iedereen is zo vaardig en kundig om zijn eigen huis te bouwen. Niet iedereen is zo vaardig en kundig om hun kinderen academische kennis bij te brengen zoals lezen, schrijven en rekenen. Maar, iedereen is goed genoeg en vaardig genoeg om hun eigen kinderen de waarden bij te brengen waarbij zij zelf leven en wat, volgens hen zelf, aanvaardbaar gedrag is ten overstaan van andere mensen. Met andere woorden, het was nooit de intentie dat elk individu zelfvoorzienend zou worden! De gemeenschap moet zelfvoorzienend zijn, en een gemeenschap bestaat uit individuen, elk met aparte vaardigheden en interesses. Samen kunnen ze overleven. Hoe?
Dit bestaat uit twee basis aspecten. Aan de ene kant hebben we mensen met kennis en ervaring over bepaalde aspecten van het leven, waar de gemeenschap als een geheel voordeel uit kan halen. En dan is er de eenvoudige waarheid dat veelal deze mensen het niet alleen kunnen verwezenlijken. Ze hebben hulp nodig. Dus hebben we opperhoofden en indianen! Maar, in dit type van gemeenschap is de ‘macht’ van ieder opperhoofd beperkt tot zijn of haar expertiseveld en blijft die macht enkel overeind zolang de gemeenschap bereid is om de hulp aan te bieden die noodzakelijk is voor de materialisatie van de ideeën van het opperhoofd. Het opperhoofd blijft een opperhoofd voor zolang de bevolking hem of haar steunt, omdat zonder de hulp van de bevolking hij of zij niets kan bereiken. We hebben een opperhoofd, en alle macht ligt toch bij de mensen! Het is een samenwerkingssysteem. Samen bereikt men iets. Wanneer er een belangrijk intern conflict blijft bestaat dan wordt er niets degelijks gepresteerd.
Noden en condities veranderen, en dus moeten de opperhoofden ook veranderen. In dit systeem gebeurt dit automatisch. Wanneer problemen zich opstapelen vanwege inefficiënt functioneren in een bepaald aspect van het leven dan zal zich een nieuw idee aanbieden en iemand anders zal de steun van de gemeenschap genieten. Wat de gemeenschap steunt is wat er gaat gebeuren. En de gemeenschap blijft de baas over deze verschuivingen, niet een specifieke familie die het bedrijf of de boerderij ‘bezit’.
De gemeenschap zelf heeft geen opperhoofd. Er staat geen individu aan het roer van de gemeenschap. De mensen tonen wat zij willen door hun gedrag, niet door ‘onderhandelingen’. Waar zij hun dagelijks brood halen, wie ze helpen tijdens de oogst, waar ze hun kinderen heen sturen om vaardigheden aan te leren, dat geeft een indicatie van de waarde die zij hechten aan de bijdragen tot de gemeenschap. Door het gedrag van de bevolking laat men deze mensen weten dat zij geapprecieerd worden. Op deze manier heeft ieder individu een plekje, en een taak, binnen de gemeenschap.
Waardering op deze manier is de betaling voor wat een individu binnen de gemeenschap ontvangt. Alles wat de gemeenschap produceert en leert wordt gedeeld onder de leden. Gratis. Het is gewoon noodzakelijk voor de overleving van de hele groep. Handel drijven wordt niet gedaan op basis van de waarde die aan een product of dienst toegeschreven wordt. Handel drijven gebeurt op basis van respect voor ieder z’n leven en vrijheid van keuze. Elkaar respecteren als verschillend, die samen de gemeenschap meer solide maken. Er wordt geen druk uitgeoefend om er een specifieke geloofsovertuiging op na te houden, om bepaalde waarden in het leven te hebben, om een bepaalde werkethiek te onderhouden. Het enige dat vereist is, is dat men toelaat dat elke persoon kan zijn wie hij of zij op dat moment moet of kan zijn en hen toelaten om hun leven op die manier te leiden. En elk individu binnen die gemeenschap heeft de vrijheid om een ander te steunen of niet. Wanneer voor een bepaald persoon het leven binnen de gemeenschap niet langer haalbaar is en hij of zij niet langer in staat is om de nodige aanpassingen aan te brengen om aan het leven binnen die gemeenschap te voldoen dan is het misschien tijd voor zo’n individu om uit te kijken naar een andere gemeenschap. Elke gemeenschap zal andere prioriteiten hebben omdat hun levensomstandigheden ook anders zullen zijn. Er is keuze genoeg voor iedereen. En de vrijheid om zulke keuzes te maken. Niemand is eigendom van gelijk welke gemeenschap. Niemand is de gemeenschap iets verschuldigd.
Leven zonder geld, zonder enige vorm van gecentraliseerd evaluatiesysteem over waarde van producten en diensten. Alle levensbehoeften zijn gratis beschikbaar. Er is geen uitwisseling nodig. Men neemt wat men nodig heeft, niet wat men wil. Men houdt rekening met de noden van anderen en is zich bewust van de moeilijkheden die anderen tegenkomen in hun leven. Anderen helpen om hun leven te verbeteren zal ook jouw leven verbeteren, en het verzekert je van de hulp die jij nodig hebt als en wanneer je die nodig hebt. Het zal je aangeboden worden, verpakt en versierd met de strik der liefde.
Een nieuwe maatschappij begint met een verandering in houding tegenover elkaar en met anderen hun persoonlijke vrijheid te geven. Het individu is vrij om zijn of haar eigen beslissingen te nemen, en de gemeenschap, een verzameling van bonte individuen, is vrij om samen te bepalen hoe zij het leven willen laten functioneren. Het draait allemaal om vrijheid en elkaar en het leven zelf te respecteren.ndividu zijn of haar geest heeft verruimd tot het niveau waar het individu een directe controle heeft om in de innerlijke status de nodige veranderingen aan te brengen door zijn/haar persoonlijk omgeving te veranderen. Voor het grote deel van de mensheid wordt het meeste bewustzijnswerk geleverd op het niveau van reactiepatronen. Om hiervan echt gebruik te maken moet men eerst en vooral over een diep bewustzijn beschikken van de innerlijke en uiterlijke wereld. Men kan reactiepatronen observeren zowel van binnenuit als van buitenuit om kennis te vergaren over de manier waarop men z’n omgeving kan wijzigen door innerlijke veranderingen door te voeren.
